Enkele uitspraken uit een interview met rijdende rechter Frank Visser.
De NCRV was eerst. De NCRV had ‘recht’ als een van de speerpunten in de programmering. Dat heeft de KRO niet. Maar wij zijn thuis wel rooms. Wij kijken met Kerstmis en Pasen ook altijd naar Urbi et Orbi met de paus. Dat missen wij thuis nooit.
Lees verder >>
We zijn nog niet klaar met het programma, hoewel er aan alle televisieprogramma’s een keer een eind komt. Als het zover is, of ik ga moeilijk doen, heb ik mijn vrouw gevraagd: ‘Geef mij even een schop!’
Ik zeg wel eens: die hele grote miljoenenzaken bij sommige rechtbanken zijn in feite gewoon Rijdende Rechter-zaken, alleen tussen mensen met veel geld. Mensen maken ruzie over de schutting óf over twee kantoortorens tegenover elkaar, maar het is in wezen hetzelfde.
Het programma is evenwel ook populair om iets héél anders: de toegang van de gewone man tot de rechter is door al die megazaken van het Grote Geld en de Grote Criminaliteit vrijwel illusoir geworden. Procederen is in Nederland een luxe geworden voor de zeer rijken en de zeer armen, de pro-Deoklasse. Maar de grote groep ertussen kan niet meer procederen. Ik vind dat mensen met een probleem het recht hebben om bij een rechter te komen. Dat probeer ik in De Rijdende Rechter ook uit te dragen. Het is niet de buitenwereld die bepaalt of een zaak belangrijk is of niet.
In het Romeinse magistraatbegrip was het kenmerk van de magistraat dat hij direct bereikbaar was voor de gewone man. Dat betekent niet dat je op je knieën tussen de mensen moet rennen. Bij De rijdende rechter zoeken wij een middenvorm. U zult mij nooit een dansje zien maken met een van de cliënten. Op locatiebezoek, bij de mensen thuis, ben ik ‘aanraakbaar’, maar tijdens de uitspraak draag ik altijd een keurig zwart pak en ga ik ook niet meer met de mensen in discussie, liefst ook geen lachjes meer. Dan is het gewoon: ‘Zo is de uitspraak!’
Aan het spelletjescircuit heb ik al helemaal nooit willen meedoen. Ik heb veel moeten afhouden: rare spelletjes van bekende Nederlanders die dan met elkaar moeten gaan sporten of dat soort onzin. Dat kan ik niet doen. Ik ben één keer gezwicht voor Paul de Leeuw, die bleef maar vragen en mijn vrouw vond het leuk. Daar heb ik een hoop gelazer mee gehad, want een hoop collega’s vonden het ongepast.
Over De Nieuwe Moszkowicz: Ik heb een keertje gekeken. Wel leuk, maar het staat haaks op alles waar ik voor sta: de glamour, dure advocaten, de Jaguar. Als het daarom moet gaan. Ik zou het niet leuk vinden als iemand die me heel na staat, zo’n carrière zou ambiëren.
Toen ik afstudeerde, wilden we stenen gooien door de ruiten van dure advocatenkantoren. Kwam de rechtswinkel op en de sociale rechtshulp, die nu vrijwel is afgeschaft. Wat we nu zien, zijn aspirant-advocaten die het klaarblijkelijk doen voor de Jaguar, het grote geld en de dure pakken, want dat is de uitstraling! Het woord immoreel is niet op zijn plaats, maar amoreel wel. Waarden en normen doen er kennelijk niet meer toe. Als ik advocaat zou zijn en dít zou het beeld van de advocatuur zijn, dan had ik daar grote moeite mee.(KRO)
zaterdag 29 januari 2005, 15:24
Geef je reactie