De Raad voor Cultuur wil dat er een Publieke Media-organisatie (PMO) met twee tv-netten komt die in 2008, als de termijn voor de huidige omroeperkenningen afloopt, in de plaats moet komen van het huidige Publieke Omroepbestel. Daarnaast moet er een stimuleringsfonds voor publieke mediaproducties in het leven worden geroepen. De raad schrijft dit in een advies aan staatssecretaris Van der Laan.
Lees verder >>De Raad voor Cultuur vindt dat de maatschappelijke functies nieuwsvoorziening; opinievorming en achtergrond, kunst en cultuur te allen tijde gewaarborgd moeten worden. Dit kan het best in een combinatie van een Publieke Media-organisatie (PMO) en een stimuleringsfonds voor publieke mediaproducties.
Zowel de functie nieuwsvoorziening als de functie opinievorming en achtergrond is zo belangrijk en kwetsbaar dat de overheid ze niet moet overlaten aan de markt, vindt de raad. Voor kunst en cultuur geldt dat de markt deze functie om economische redenen niet in de volle breedte zal vervullen.
De PMO krijgt een publieke legitimatie middels prestatiecontracten. De overheid moet zich daarbij richten op het ’wat’ en niet op het ’hoe’. Dat betekent dat de overheid niet tot in detail bepaalt wat de omvang van de organisatie moet zijn en welke media hij voor welke functies inzet. De publieke legitimatie wordt daarnaast gewaarborgd door het publiek en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties rechtstreeks en in voldoende mate een stem in het beleid te geven.
Om zijn maatschappelijke functies te vervullen en kwaliteit te bieden, meent de raad dat de PMO twee generieke televisiekanalen moet aanbieden: één algemeen net en één verdiepend net. De raad laat de mogelijkheid open dat de Publieke Media-organisatie ook themakanalen gaat verzorgen. In dat kader pleit hij voor een kanaal dat specifiek is gericht op kinderen.
Via de radio moet de PMO één nieuwszender brengen en vanuit het oogpunt van cultuurbeleid twee zenders, respectievelijk voor klassieke muziek, jazz en wereldmuziek en voor (alternatieve)popmuziek. Voor distributie van ander aanbod kan de PMO gebruik maken van nieuwe media. De productie van zijn aanbod besteedt de PMO voor een belangrijk deel uit aan externe producenten.
De Raad voor Cultuur benadrukt dat de PMO niet van de ene op de andere dag geïmplementeerd kan worden. Dat zou vernietiging van kapitaal en mensen betekenen. Om de huidige omroepverenigingen de tijd te geven een nieuwe rol in het mediaveld te vinden (bv. die van commercieel productiebedrijf), krijgen zij gedurende vijf jaar een zekere voorkeursbehandeling door middel van een geleidelijk aflopende afnamegarantie.
De Publieke Media-organisatie wordt gefinancierd uit algemene middelen. Om de noodzakelijke kwaliteit te kunnen bieden, ook in Europees perspectief, moet het budget worden verhoogd. De raad benadrukt dat de PMO onafhankelijk moet kunnen programmeren en pleit voor een reclamevrij programma-aanbod.
medianieuws en weblog



Geef je reactie