Joop van Zijl, oud-verslaggever en -presentator voor de NOS, blikt terug op de tijd dat hij verslag deed van Koninginnedag.
[ Hoe kan ik voorkómen, dat in mijn necrologie te zijner tijd te lezen valt, dat ik mijn hele of halve leven Koninginnedag heb verslagen?'
Lees verder >>Het misverstand is niet onduidelijk wanneer je decennia lang grote, met name binnenlandse evenementen 'live' hebt verslagen. Daarbij ging het immer om plechtige gebeurtenissen waar onze vorstin acte de présence gaf. Of het nu ging om de Deltawerken of openingen van culturele happenings. En dan waren er natuurlijk de 4 mei-herdenkingen en de viering van bevrijdingsdag.
Maar Koninginnedag op televisie was voorbehouden aan, vooral, Dick Passchier. Hans Zoet ook, en Joop Daalmeijer. Tot het moment dat onze vaste NOS evenementen-regisseur Rudolf Spoor een lintje zou krijgen. Daarover later.
Het was in de beginjaren van de Nederlandse Televisie, dat het jaarlijkse defilé op paleis Soestdijk verslagen moest worden door de actualiteitenpresentatoren van de diverse omroepverenigingen. Tussen Netty Rosenfeld, Arie Kleywegt en Aad van den Heuvel kwam ik in zeker jaar ook tussen de koninklijke coniferen terecht. Goed voorbereid, zoals gewoonlijk, want werk is werk. Tot het jaar, dat ik (veel leuker) het Koninginnedag-programma op de radio presenteerde. Uit Laren, met veel orkesten, ensembles, divertissement.
Dat werd voor mij wreed verstoord toen ’s morgens om een uur of tien in paniek werd gebeld door het dienstdoende hoofd van de werkgroep actualiteiten, Peter van Campen van de NCRV. Of ik direct naar Soestdijk wilde komen, op stel en sprong, want de aangewezen tv-verslaggever was plots ziek geworden… Wie het maar geloofde, want dat jaarlijkse wat saaie eenvormige defilé was niet zo geliefd bij ons dames en heren journalisten-verslaggevers.
Ik had me natuurlijk voor geen meter voorbereid en zag tot grote schrik dat overbevolkte bordes met een groeiende groep leden van het koninklijk huis. Want in de loop der jaren was er heel wat vorstelijk nageslacht bijgekomen en dat had ik eerlijk gezegd allemaal niet zo bijgehouden. Meer dan dit kon ik de kijker niet bijbrengen: 'U ziet het zelf wel, het bordes wordt ieder jaar hoe langer hoe voller', in de hoopvolle veronderstelling dat de meeste kijkers en kijksters de benodigde informatie al lang tot zich hadden genomen via familie,- en roddelbladen.
Helaas was er dat jaar geen beginnen aan, aan een beetje zinnig commentaar. Ik had een prachtig lijstje van wie er allemaal zouden paraderen: de vissers uit Yerseke, de plattelandsvrouwen uit 2e Exloermond, de schoolkinderen uit Geldrop. Zij zouden in rijen van twee optrekken naar het bordes en dus voor onze camera’s. Helaas was de organisatie enigszins aan de magere kant, want dat werden drie rijen die zich naar voren duwden. Er was voor een verslaggever geen touw meer aan vast te knopen wie nu wie waren.
Leuke bijkomstigheid was wel dat ik de NOS-collega die een journaal-item moest verzorgen plotseling groot in beeld zag komen mee defileren! In gezelschap van een dame. 'Daar is collega die-en-die, naar ik aanneem met zijn eigen vrouw', becommentarieerde ik tot schrik van velen. Maar ik was zeker van mijn zaak, blij weer eens iets concreets mee te kunnen delen, want ik had inderdaad de wettelijke echtgenote van de wakkere journalist herkend.
Tenslotte: de koninklijke onderscheiding voor regisseur Rudolf Spoor zou worden uitgereikt aan de vooravond van koninginnedag op Vlieland. Aan producer Bert Roeleveld zei ik dat ik, ondanks mijn afwezigheid op vorige Koninginnedagen, maar in verband met een veelvuldige samenwerking bij andere evenementen, daar best bij wilde zijn.
Maar aangezien om uiteenlopende redenen de verslaggevers van dat jaar, Daalmeijer en Oscar van der Kroon, het volgende jaar niet meer beschikbaar zouden zijn, chanteerde Bert mij overigens op prettige wijze- met de belofte dat ik (op omroepkosten) op Vlieland aanwezig mocht zijn bij de lintjesuitreiking aan Rudolf, onder voorwaarde dat ik de volgende Koninginnedagen zou verslaan!
Zo kwam ik achtereenvolgens op Urk, in Eijsden, op Tholen en Marken terecht. Alle bijzondere gemeenschappen, waar heel wat interessants over te vertellen was. Alleen al Urk, waar de zuiver in de leer zijnde vissers en hun bedrijven in de vissersfraudezaak een minister tot aftreden dwong. Of Eijsden, waar de gemeente zo verdeeld bleek dat de twee mooie muziekcorpsen zo uit elkaar moesten worden gehouden, dat de éne aan de zuidrand aan het begin van de wandeling van koningin Beatrix moest optreden, en de andere de finale aan de noordrand voor zijn rekening nam.
Ach, in die zin mogen mijn bijdragen aan die uitzendingen best genoemd worden.
Joop van Zijl ] (NOS)
medianieuws en weblog



Geef je reactie