RvB Publieke Omroep: wij zijn niet van gisteren

De Raad van Bestuur van de Publieke Omroep geeft commentaar op de kabinetsplannen voor het publieke bestel. De raad voorziet:

  • Een gebrek aan leiderschap en een versnipperd bestel, uiteengevallen in publieke, private en marktbelangen;
  • Een bestel dat nog minder een weerspiegeling vormt van de samenleving;
  • Een aanzienlijke budgetdaling, leidend tot kwaliteitsaantasting;
  • Een gefragmenteerd aanbod;
  • Een verdere toename van de bureaucratie, complexiteit, onderhandelingscultuur en juridische procedures en geschillen.
    Lees verder >>
    De Raad van Bestuur schrijft:

    [ Het kabinet is voor een brede, pluriforme publieke omroep, waarin de hele samenleving is weerspiegeld en waar iedereen graag naar kijkt en luistert. Vitaal en gericht op de digitale toekomst. Met een duidelijke eindverantwoordelijke die knopen doorhakt en met toereikende budgetten. Het kabinet heeft het zo op het eerste gezicht goed voor met de publieke omroep.
    Bij nadere beschouwing slaat echter de twijfel toe: voldoet het plan wel echt aan de meest cruciale basisvoorwaarden?

    Worden de huidige complexiteit en bureaucratie van het bestel teruggedrongen?

  • De grenzen tussen functies als cultuur en opinie, maar ook tussen nieuws en opinie, zijn niet goed te trekken. Het vastleggen van geld voor deze functies leidt dan ook tot een enorm juridisch getouwtrek of een programma nu wel of niet bij die categorie hoort.
  • Licentiehouders worden gestimuleerd alleen gericht te zijn op het eigen voortbestaan en de eigen onderneming, zonder verantwoordelijkheid voor het geheel.
  • Er zal voortaan voor de programmarechten van omroepen betaald moeten worden, wat een aanzienlijke extra kostenpost betekent.
  • Door het vastleggen van budgetten blijft er niet veel ruimte over om te sturen op een publieksgericht aanbod.

    Heeft de publieke omroep de beschikking over toereikende financiële middelen om een rol van betekenis te vervullen in de Nederlandse samenleving?

  • Het kabinet constateert dat de Publieke Omroep een van goedkoopste van Europa is en stelt tevens vast dat een verdere verlaging van het budget onvermijdelijk ten koste gaat van het bereik en dus ten koste van de publieke functies. Budgetneutraliteit is dan ook het uitgangspunt van het kabinet.
  • Geheel in tegenspraak hiermee haalt het kabinet € 15 mln euro weg door het schrappen van kinderreclame en voegt daar nog aan toe dat deze en andere gederfde reclame-inkomsten niet zullen worden gecompenseerd. In plaats van de aangekondigde budgetneutrale operatie zal er dus sprake zijn van een aanzienlijke daling van het beschikbare budget.
  • Dalende reclame-inkomsten worden direct afgewenteld op programma’s die juist moeten zorgen voor het op peil houden van die inkomsten. Hierdoor wordt een negatieve spiraal in werking gesteld die kunst en cultuur, maar uiteindelijk ook alle gefixeerde programmacategorieën gaat treffen.
  • Geen enkele speler in het bestel beschikt direct nog over toereikende middelen voor dure programmacategorieën als drama, actualiteitenrubrieken en hoogwaardige researchjournalistiek.

    Wordt de optelsom van de omroepen die deel uitmaken van het bestel een weerspiegeling van de Nederlandse samenleving?

  • De toelatingsprocedure voor licentiehouders biedt geen enkele waarborg dat de uitkomst een weerspiegeling vormt van de Nederlandse bevolking.
  • De weerspiegeling is een luchtspiegeling. Getoetst wordt immers alleen op de bereidheid van leden om een aanzienlijk bedrag te betalen, al dan niet in ruil voor een dienst;
  • Licentiehouders hoeven t.o.v. elkaar geen toegevoegde waarde te bieden. Het risico op meer van hetzelfde is daarmee reëel;
  • Er zijn niet tot nauwelijks middelen voorhanden om de balans te herstellen.

    Het voorliggende kabinetsplan biedt geen oplossing voor de problemen die de commissie Rinnooy Kan in haar rapport heeft gesignaleerd, maar veroorzaakt eerder weer nieuwe problemen.
    Dat neemt niet weg dat er iets moet gebeuren. Niet door een revolutie, maar door snelle invoering van een aantal stevige maatregelen. Wij suggereren het volgende:

  • Doe wat de WRR voorstelt: houd opties open en experimenteer.
  • Gebruik de functie-indeling van de WRR om de publieke omroep de maat te nemen en af te rekenen op zijn veelzijdigheid en diversiteit, maar gebruik die niet om budget te verdelen.
  • Verdeel het budget eenvoudiger, zoals de Raad voor Cultuur en de visitatiecommissie dat bepleiten: breng het totale budget onder bij de publieke omroep als geheel en bepaal dat tenminste een kwart daarvan is bestemd voor identiteitsprogramma’s van omroepen.
  • Verruim als prikkel tot ondernemen de mogelijkheden van de publieke omroep om andere geldstromen aan te boren.
  • Monitor jaarlijks in hoeverre het budget op peil blijft om de ambities waar te maken.
  • Evalueer aan het einde van de concessieperiode.

    Wij zijn niet van gisteren. Mèt het kabinet willen wij, met het oog op morgen, een vitale publieke omroep. Veranderingen zijn daarvoor een absolute voorwaarde, maar niet als de uitkomst daarvan volstrekt ongewis is. Het gaat uiteindelijk om de kijker en luisteraar. Die zijn gebaat bij de continuïteit van een sterke publieke omroep in Nederland. ]

  • dinsdag 27 september 2005, 15:55

    Geef je reactie


                  
    email   feed   twitter   facebook



    Laatste berichten


    Video


    Laatste reacties