Publieke omroep: al 15 jaar een Titanic

Vertrekkend EO-directeur Ad de Boer ruimt zijn archief van de afgelopen 15 jaar op en trekt een verrassende (?) conclusie: als rode draad daarin de trieste constatering, keer op keer weer: wat we in de loop van de jaren als omroepverenigingen (de EO incluis!) hebben gedaan om de eigenbelangen te boven te komen ten gunste van een sterke, slagvaardige publieke, inhoudelijk pluriforme omroep met een heldere missie, gedragen door vitale omroepverenigingen, het was altijd: ‘too little’ en ‘too late’!
Lees verder >>
De Boer schrijft: [ Hoe vaak hebben we hier in Hilversum al niet de ondergang van de publieke omroep voorspeld! Arie van der Veer in 1990: "Het publieke bestel loopt op zijn laatste benen". Marcel van Dam een jaar later: "Het huidige bestel staat op instorten en wel in een heel rap tempo. De komende twee maanden wordt er beslist, of er een levensvatbare publieke omroep blijft bestaan".
Ikzelf in 1995: "De kans is groot dat we als publieke omroep de huidige mediastorm niet overleven". En opnieuw Arie van der Veer in 1997: "De negatieve spiraal van dalende marktaandelen en reclame-inkomsten leidt razendsnel tot de afbraak van de publieke omroep".

Al meer dan tien jaar geleden werden er in Hilversum presentaties gehouden over de dreigende ondergang van de publieke omroep onder het motto: Going Titanic first class. Als ik dus anno 2006 dezelfde beelden van een zinkende Titanic zie als symbool voor de publieke omroep van dit moment, dan denk ik: dat schip drijft na zijn aanvaring met de ijsberg toch al tien jaar; dat belooft nog wat voor de toekomst van het bestel.

We hebben als EO ook vrij consequent dezelfde metaforen gehanteerd. Vele malen kom ik in de stukken de "donkere wolken" tegen die we boven Hilversum zien hangen, regelmatig is er "zwaar weer" op komst, beleven we de overgang van de "vette naar de magere jaren", moet "de broekriem worden aangehaald", zijn we verdrietig of boos over de "negen kapiteins" die met elkaar het schip van de publieke omroep willen besturen, over de "negen matrozen die in de reddingssloep van de publieke omroep een verschillende kant op roeien" of over de "negen brandweerlieden die om het hardst vechten wie de brand in Hilversum mag blussen".

En dan het programmeringsmodel dat nu door de Raad van Bestuur samen met de omroepen in schema’s wordt uitgewerkt. Nieuw? Bepaald niet. Al in 1991 pleitte NCRV-voorzitter Herstel voor een indeling van de zenders naar programmasoort, en wel in een breed, een informatief en een jong net, waarbij alle omroepen netoverschrijdend zouden gaan uitzenden. En in 1996 lanceerde de EO een vergelijkbaar plan. Niet zo’n wonder dus dat juist deze twee omroepen (hoewel ze dolgraag het thuisnet met de KRO hadden voortgezet) zacht gezegd niet tot de grootste tegenstanders van het recente RvB-plan behoren.

En dan de EO-strategie. Consistent door de jaren heen? Best wel, concludeer ik, al snuffelend in de commentaren die we de afgelopen vijftien jaar leverden op Hilversumse of Haagse plannen en in de voorstellen die we zelf deden. Vanaf het eerste begin hebben we steeds scherp onderscheiden tussen opgeefbare en onopgeefbare zaken: opgeven wat niet essentieel is om dat wat wezenlijk is te behouden. De missie en de identiteit van de EO waren en zijn ononderhandelbaar, blijkt uit mijn dossier-speurtocht.
Daarom is samenwerking in en buiten de programma’s voor ons alleen bespreekbaar (of dan juist zeer gewenst) als onze missie en identiteit onaangetast blijven: we willen baas blijven over onze eigen boodschap en daarom ook over onze eigen mensen, zeiden we al in 1990. Fusies met andere omroepen kwamen en komen dan ook in het EO-woordenboek niet voor.
In aansluiting daarop hebben we vanaf vroeg in de jaren negentig bij herhaling gewaarschuwd tegen de vervaging van de inhoudelijke pluriformiteit in het bestel, tot uiting komend in de programma’s. "Een molensteen om de nek van de publieke omroep", noemden we dat in 1994, en daarom hebben we geregeld gepleit voor revitalisering van die pluriformiteit.

Maar steeds, zo diep ik uit de stukken op, zijn we ons er sterk bewust van geweest dat voor het realiseren van de missie van de EO een sterke publieke omroep nodig is en dat met het oog daarop diverse dingen voor ons opgeefbaar zijn. Uit een toespraak van Arie van Veer voor de Ledenraad van de EO in 1995 citeer ik: Opgeefbaar is het principe van gelijke monniken gelijke kappen op het gebied van omvang van budget en zendtijd; de beslissingsbevoegdheid over de plaatsing van programma’s in het schema (mits – hoe actueel anno 2006 - met garanties tegen marginalisering van onze verkondigende programma’s!); en ook de zenderindeling.
We zaten toen als EO op Nederland 2, samen met de TROS (en daarvoor ook nog VOO: "de heilssoldaat en de lichtekooien"), maar daaruit viel geen duidelijk profiel voor de zender te bakken. We wilden graag naar Nederland 1, waar in KRO en NCRV onze natuurlijke partners waren, maar daar waren we niet welkom.

Doordat we in de loop van de jaren als een baal meel van de ene naar de andere zender gezeuld zijn en geen net ons eigenlijk wilde hebben, zijn we als EO heel wendbaar en flexibel geworden, als het ging om de indeling van de EO en de andere omroepen over de zenders. Thuisnetmodel of programmeringsmodel was voor ons geen principiële, maar een praktische keus, bepaald door de vraag wat in de concrete situatie goed was voor een sterk bestel en voor de missie van de EO. Zelfs een "verdiennet" of een "vechtnet" was voor ons bespreekbaar, lees ik in de stukken terug.

Al lezend komt ook deze vraag bij me boven: Zou het met de publieke omroep anders zijn gelopen, als de 'weeffout' niet pas na twaalf jaar, maar al veel eerder was hersteld? Zou er naast een sterk Nederland 1 dan ook al niet heel vroeg een homogeen en sterk Nederland 2 zijn ontstaan? En hadden we ons daardoor als bestel niet beter kunnen handhaven in de strijd met de commercialo’s? Wie op die en aanverwante vragen wil promoveren, kan in de dossiers over vijftien jaar publieke omroep in het EO-archief terecht.

Met als rode draad daarin de trieste constatering, keer op keer weer: wat we in de loop van de jaren als omroepverenigingen (de EO incluis!) hebben gedaan om de eigenbelangen te boven te komen ten gunste van een sterke, slagvaardige publieke, inhoudelijk pluriforme omroep met een heldere missie, gedragen door vitale omroepverenigingen, het was altijd: "too little" en "too late"! ]

vrijdag 24 februari 2006, 20:49

Geef je reactie


              
email   feed   twitter   facebook



Laatste berichten


Video


Laatste reacties