Frénk van der Linden moet varen op zijn levenslessen

Frénk van der Linden begint vanavond met zijn serie tv-interviews voor de NCRV. Vanuit een Amsterdamse wolkenkrabber interview hij in 30 Hoog een voor hem tot dan toe onbekende gast. Geheel onvoorbereid, hij beschikt alleen over drie belangrijke voorwerpen van zijn gast, praat hij 25 minuten met een bekende Nederlander.
Lees verder >>
Zo zijn telkens bijzondere voorwerpen de bron voor een serie van zes hoogst verrassende vraaggesprekken, aldus de NCRV. Frénk zoekt met onvoorspelbare vragen, interesse en vasthoudendheid naar de achtergrond van de keuzes van zijn gast en dat maakt van 30 Hoog een ontregelende interviewserie over de onbekende kanten van bekende Nederlanders.

Van der Linden, die onlangs ‘onthulde’ dat de AIVD een dossier van hem zou bijhouden, wordt door velen gezien als een ‘meesterinterviewer’. Zelf moet hij lachen om die kwalificatie. In VARA TV Magazine zegt hij: Dat kan je toch niet serieus nemen. Dat is hetzelfde als ‘Miele er is geen betere’. Daar moet ik ook altijd een beetje om grinniken. Maar hij zegt ook: Als het gaat om schriftelijke interviewers behoor ik tot de top. Ik weet snel wat voor vlees ik in de kuip heb.

Moet je een rat zijn om een goed interviewer te zijn? Dat is een groot misverstand. Ik heb het allemaal gedaan hoor. Mensen teksten door hun strot geduwd die ze zo scherp niet hadden uitgesproken. Dingen net te kort door de bocht samengevat om het wat pittiger te maken. Maar a. voelde ik me er al snel niet goed meer bij, b. klopt het geoon niet en c. merk je dat het uiteindelijk tegen je gaat werken omdat je een reputatie krijgt.
De journalist geeft één van de interviewtrucs toe: Iemand zegt dat hij iets uit de tekst wil hebben en jij hebt dat liever niet. Dus je belooft diegene dat je er niet de kop van het artikel van zal maken. Vervolgens staat het met koeienletters op de cover. Waarop jij zegt: ja maar ik ga niet over de omslag, sorry, dat is de eindredactie.

Van der Linden geeft toe dat hij soms applaus wilde halen over de ruggen van de geïnterviewde. Dat gaat nooit helemaal over, in alle eerlijkheid. Soms geeft de geïnterviewde gewoon niks en dan maakt er zich een woede van mij meester waardoor ik dingen doe waarvan ik achteraf denk: moest dat nou, Van der Linden?
Er is een groep van 5 procent die alleen maar weggeeft wat hij wil. Als interviewer sta je dan machteloos.
Hij noemt Job Cohen en Jan Peter Balkenende als voorbeeld. Politici worden steeds lastiger.

Soms wil ik te leuk of spectaculair zijn. Of heb ik soms vooraf een te nadrukkelijk beeld van de geïnterviewde waardoor ik niet meer echt open en nieuwsgierig ben. Dat is één van de redenen waarom ik het in 30 Hoog over een andere boeg gooi. Ik weet vooraf niet welke bekende Nederlanders mijn gasten zullen zijn. Ik moet nu varen op mijn instinct, mijn geleerde levenslessen en mijn kleine beetje ervaring, te weten 3.000 interviews.

zondag 25 november 2007, 20:09

Geef je reactie


              
email   feed   twitter   facebook



Laatste berichten


Video


Laatste reacties